Raadspraat: Bouwen ja, maar niet ten koste van Bunnik
Stel je voor: je stapt straks het station van Bunnik uit en je kijkt niet meer uit op ons dorp, maar op een muur van flats. Acht of negen verdiepingen hoog, zeven of acht torens naast elkaar. Voor een grote stad misschien normaal, maar voor Bunnik?
Het voelt als een plotselinge sprong van knus dorp naar anonieme skyline. Natuurlijk, er moeten woningen bij. Daar is iedereen het wel over eens. Jongeren zoeken een plek, ouderen willen kleiner wonen, en gezinnen hebben ruimte nodig. Maar de manier waarop we bouwen doet ertoe. Een dorp groeit niet met wolkenkrabbers, maar met maat en balans.
En dan het parkeren. De norm in de plannen is laag, veel te laag. Alsof iedereen in Bunnik opeens besluit zonder auto te leven. De realiteit is anders: mensen hebben werk, kinderen moeten naar sport, opa en oma wonen niet altijd om de hoek. Te weinig parkeerplaatsen betekent dat de druk verschuift naar omliggende wijken. Bewoners daar zien hun straat langzaam veranderen in een gratis parkeergarage. En wat is de volgende stap? Betaald parkeren in Bunnik? Niemand zit daarop te wachten.
Toch is het een logisch gevolg als er simpelweg te weinig plek is. Eerst flats die het dorp overschaduwen, daarna parkeerautomaten die ons dorp nog meer stad maken.
Als raadslid wil ik één ding duidelijk maken: ja, bouwen is nodig, maar niet ten koste van alles. We moeten woningen toevoegen die passen bij ons dorp, en parkeervoorzieningen die de werkelijkheid erkennen. Laten we groeien op een manier die bij Bunnik hoort: met oog voor menselijke maat en leefbaarheid. Want eerlijk is eerlijk: een dorp bouw je niet met betonblokken alleen, maar met gezond verstand.
Komende donderdag, 2 oktober, beslist de gemeenteraad van Bunnik over de toekomst van het stationsgebied in Bunnik.
Marijn de Vries,
Raadslid VVD Bunnik
